Tienke Zijlstra

tekenen als alternatief voor vertrek

Verstopte vrijheid

Als kind al voelde ik dat er in tekenen een vorm van vrijheid verstopt zat. Een manier om om te gaan met een plek of gevoel waarin ik niet op mijn gemak was maar ook niet uit kon. Het bood me een alternatief voor vertrek.

Tijdens het opgroeien en studeren groeide mijn interesse in het proces wat aan kunst voorafgaat. Het innerlijke avontuur waarin het bewuste en het onderbewuste elkaar afwisselen, lijf en hoofd, doorzettingsvermogen en vrij spel.

Het liefst begeef ik me zoveel mogelijk in dit proces en geef ik van hieruit wat van die vrijheid door aan anderen die er wat aan zouden kunnen hebben. Momenteel doe ik dat via de beeldende vakken in het voortgezet onderwijs.

Fysieke betrokkenheid

Ik begin een werk heel fysiek. Grote bewegingen, groot formaat, het liefst op de grond. Zo kunnen er nieuwe en onverwachte vormen ontstaan, zonder dat ik ze bedacht heb. Het voelt alsof ik door de fysieke betrokkenheid de vormen op het papier een eigen bestaan geef en ik ermee in gesprek kan gaan tijdens het werken.

In de fase hierna mag ook mijn hoofd weer meedoen en kunnen de gestolde bewegingen uitgewerkt worden naar een steeds concreter en verfijnder beeld. Inhoudelijk krijgt het werk in deze fase steeds meer verdieping. Hierbij maak ik graag gebruik van verzamelde teksten en waarnemingen.

Groot tekenwerk is mijn basis. Maar -zoals bij alles in het leven- moet ik ook af en toe hieraan kunnen ontsnappen. Momenteel zijn de ontsnappingsroutes getekende animatie en bewegende installaties in de vorm van decors. In de toekomst wil ik deze disciplines graag meer naar elkaar toe laten groeien.

Gelijktijdige tegenstrijdigheden

‘In donkere tijden begint het oog te zien’ (Theodore Roethke).

Pijn en verdriet begrenzen. Alleen deze begrenzingen vernietigen het leven niet, integendeel, ze maken juist mogelijk. Zoals een lijst om een schilderij of de krijtlijnen op een voetbalveld. Ik ervaar dit paradoxale gegeven in de creatieve energie die vrij komt in donkere periodes (van beperking).

Het licht leeft het donker, het goede van het kwade. Wie weigert uit te ademen kan ook niet meer inademen. Deze voortdurende afwisseling van tegengestelde krachten is terug te vinden in alles wat leeft. Hier ontstaat elektriciteit. Halen we een pool weg, dan verdwijnt de elektriciteit als geheel (op de momenten dat ik volmaakt gelukkig ben, heb ik helemaal geen zin om werk te maken).

Onze verhouding met de schaduwkant van het menszijn houdt me bezig. Onze neiging deze te bestrijden, vermijden, omzeilen, negeren of verdoven is sterk. Wat lopen we mis als we één zijde ontkennen?
Zitten we gevangen in deze polariteit? Zijn we gedwongen te kiezen of is het ook mogelijk tegenstellingen gelijktijdig te ervaren of zelfs op te heffen?

Op papier lijk ik dit spanningsveld van polariteit te onderzoeken en ermee te willen spelen.

Mijn werkplek:

Jan van de Boschkade 7, 7941 EN Meppel

Of via deze weg